• Search
Maastricht University

Department of Health Care
and Nursing Science

Postbus 616
6200 MD Maastricht
Nederland
T: +31 43 388 1559
E:

Metingen > Algemeen

Het registratieformulier dat gebruikt wordt voor de Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen is ontwikkeld door de Capaciteitsgroep Zorgwetenschappen/Sectie Verplegingswetenschap, Universiteit Maastricht. De vragen betreffende het zorgprobleem decubitus zijn ontwikkeld op basis van een literatuurstudie en met behulp van de zogenaamde Delphi-methode.

Aan deze Delphi-methode hebben 34 deskundigen op het gebied van decubitus deelgenomen. Deze deskundigen vertegenwoordigden zes verschillende sectoren van de gezondheidszorg. Vervolgens is het formulier getest op bruikbaarheid en betrouwbaarheid in een pilotstudie. De resultaten waren zowel voor de betrouwbaarheid als voor de bruikbaarheid heel bevredigend (Bours en Halfens, 1997). De vragen betreffende het zorgprobleem incontinentie werden ontwikkeld aan de hand van literatuur onderzoek en experts op het gebied van incontinentie. De vragen betreffende het zorgprobleem ondervoeding werden ontwikkeld aan de hand van literatuuronderzoek, een combinatie van de schaal Short Nutritional Assessment Questionnaire (SNAQ), ontwikkeld door VU medisch centrum (Kruizenga et al., 2005) en het Screeningsinstrument Risico op Ondervoeding bij Ziekenhuispatiënten (SROZ) ontwikkeld door Universitair Medisch Centrum St. Radboud (Bökkerink & Coenen, 2002). Verder zijn opvattingen van experts inzake ondervoeding binnen Nederland gebruikt. De vragen betreffende het zorgprobleem smetten werden in samenwerking met het NIVEL ontwikkeld.

Het instrument
Het instrument bestaat uit twee delen. Het eerste deel is verplicht en patiëntgebonden. Het omvat naast enkele patiëntkenmerken, vragen die noodzakelijk zijn voor de beantwoording van de prestatie-indicatoren van de inspectie. Het tweede deel bestaat uit de zorgproblemen decubitus, ondervoeding, incontinentie, smetten, vallen en vrijheidsbeperkende maatregelen. Elke module kent drie meetniveaus: (1) het profiel van de instelling (soort instelling en kwaliteitsindicatoren), (2) het profiel van de afdeling (soort afdeling en kwaliteitsindicatoren) en (3) een patiëntgebonden inventarisatie (kenmerken zorgprobleem, preventieve maatregelen en behandeling). De tijd die nodig is voor het invullen van het registratieformulier en het inspecteren van de patiënt/bewoner varieert sterk per gekozen opties.

Intra- en extramuraal meten
De prevalentiemeting zal in intramurale instellingen op één dag verricht worden. De populatie in deze instellingen bestaat uit alle patiënten die opgenomen zijn op de dag van meting op afdelingen waar daadwerkelijk wordt geïnspecteerd op de aanwezigheid van één van de zorgproblemen. Iedere instelling kan zelf bepalen welke afdelingen participeren in de prevalentiemeting.

Bij de thuiszorgorganisaties kan organisatorisch gezien niet volstaan worden met een meting op één dag. Voor de thuiszorg wordt de uitvoering van de meting verspreid over vier meetdagen, met als startdatum de datum van de intramurale instellingen. Voor iedere thuiszorgorganisatie zal apart een benodigde steekproef getrokken worden door de projectgroep. Dit is belangrijk om een betrouwbare schatting van de prevalentiecijfers te krijgen. Afhankelijk van de grootte van de steekproef en de case-load van de eindverantwoordelijke wijkverpleegkundigen (w.v.-en) zal de meting over maximaal vier dagen verspreid zijn.