LPZ > Algemeen
De Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen (LPZ) is een jaarlijks terugkerende prevalentiemeting van zorgproblemen binnen de Nederlandse gezondheidszorg.
Sinds 1998 is jaarlijks het voorkomen van decubitus bij een groot aantal instellingen gemeten.
Vanaf 2004 worden ook andere zorgproblemen gemeten; namelijk incontinentie, ondervoeding en smetten. Sinds 2007 is ook het zorgprobleem Vallen & Vrijheidsbeperkende maatregelen een onderdeel van de meting. Uit metingen komt naar voren dat deze zorgproblemen veel voorkomen en dat het handelen (zowel preventief als curatief) van zorgverleners verbeterd kan worden. Hoewel de zorgproblemen in zekere zin gerelateerd zijn aan decubitus, is het nadrukkelijk de bedoeling deze te zien als afzonderlijke zorgproblemen.
De projectgroep LPZ (voorheen Landelijke Prevalentie Onderzoek Decubitus LOPD) bestaat uit:
Prof.dr. Ruud Halfens (projectleider), Prof.dr. Jos Schols, Dr. Judith Meijers (onderzoeker), Drs. Noémi van Nie, Dr. Jacques Neyens (onderzoeker), en Drs. Suzanne Rijcken (onderzoeksassistent).
Met deze meting krijgen de deelnemende instellingen op een redelijk eenvoudige wijze inzicht in het voorkomen en het behandelen van de betreffende zorgproblemen in hun instelling. Inzicht in de omvang van een zorgprobleem kan instellingen en beleidsmakers stimuleren maatregelen te nemen, zoals het preventief screenen op het zorgprobleem en het voorkomen of bestrijden ervan. Doordat de meting bij een groot aantal instellingen plaatsvindt, kunnen de deelnemende instellingen zich bovendien vergelijken met soortgelijke instellingen en afdelingen en zijn de gegevens te gebruiken als benchmarking instrument.
De meting sluit nauw aan bij de door de inspectie voor de gezondheidszorg gewenste prestatie-indicatoren. Door deze meting krijgen zorginstellingen de gegevens die noodzakelijk zijn voor de beantwoording van de cliëntgebonden prestatie-indicatoren, die op individueel niveau gemeten moeten worden. Bovendien krijgt men inzicht in de preventie en behandeling van specifieke zorgproblemen, waardoor gerichte maatregelen kunnen worden genomen ter verbetering van de kwaliteit van zorg bij deze zorgproblemen.
Concreet betekent de meting voor uw instelling:
U maakt vooraf een keuze of u alleen de voor de inspectie noodzakelijke prestatie-indicatoren gaat meten of ook de preventie en behandeling van een zorgprobleem. Al naar gelang welke keuze u maakt, krijgt u de beschikking over:
- kwantitatieve gegevens over het voorkomen van zorgproblemen, die door de inspectie vereist worden
- kwantitatieve landelijke gegevens over het voorkomen van zorgproblemen, waardoor u uw eigen instellingsgegevens kunt vergelijken met gegevens van vergelijkbare instellingen
- kwantitatieve gegevens over de preventie en behandeling van één of meerdere van de volgende zorgproblemen: decubitus, ondervoeding, incontinentie, vallen en vrijheidsbeperkende maatregelen en smetten, zowel op afdelings- als instellingsniveau
- kwantitatieve landelijke gegevens over de preventie en behandeling van de zorgproblemen, waardoor u uw eigen instelling kunt vergelijken met gegevens van vergelijkbare instellingen.
Op deze manier heeft u alle informatie die nodig is om de cliëntgebonden prestatie-indicatoren voor de Inspectie voor de Gezondheidszorg in te vullen. Bovendien kunt u de gegevens gebruiken om een kwaliteitsbeleid te implementeren dat gericht is op het verlagen van de prevalentie van de gemeten zorgproblemen.
Welke instellingen kunnen meedoen aan de metingen?
Alle gezondheidszorginstellingen, zowel intramuraal als extramuraal, kunnen zich aanmelden om deel te nemen aan de Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen.
Deelname aan de Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen houdt verder in:
- U krijgt de beschikking over uw eigen inlogcode, waarmee u een informatiemap kunt downloaden met alle benodigde informatie over de meting.
- Deelnemers worden uitgenodigd om een instructiebijeenkomst bij te wonen waar informatie gegeven wordt over de jaarlijkse meting.
- Deelnemers worden uitgenodigd deel te nemen aan een jaarlijks congres waar de resultaten worden gepresenteerd van de landelijke meting en gelegenheid is ervaringen uit te wisselen met andere deelnemers.
- De onderzoeksgroep zorgt ervoor dat de data geanalyseerd worden.
- De resultaten van de meting zullen door de onderzoeksgroep worden gepresenteerd in een rapport dat de deelnemers middels hun inlogcode kunnen downloaden
- Instellingen ontvangen een landelijk rapport, waardoor zij hun resultaten kunnen vergelijken op landelijk niveau.
